Een fabel van Toon Tellegen over de olifant: “Het wezen van de Olifant”.
De olifant heeft een nogal ongebruikelijke hobby. Hij doet niets liever dan in bomen klimmen. Eenmaal boven aangekomen tuurt hij in de verte en geniet zo van het uitzicht dat hij van gelukzaligheid een pirouette maakt. Helaas wordt deze pirouette altijd gevolgd door een harde val uit de boom. De olifant heeft dan ook al meerdere ribben gebroken en van alles gekneusd. Toch kan hij het niet laten. Dat ene moment, daar boven in de boom, is gewoon te mooi. En blijkbaar hoort vallen daarbij. Elke dag opnieuw.
Hij vroeg aan de eekhoorn wat hij zou doen, als hij de olifant was. De eekhoorn zou hetzelfde doen. De karper niet. De karper zou de snoek in verwarring brengen. De egel zou het nog weer anders doen. Als de egel de olifant was, zou hij bij hem, de egel, op bezoek gaan. Ze zouden samen theedrinken en af en toe door het raam naar buiten kijken. Ook de kwal heeft andere ideeën. Als hij de olifant zou zijn, zou hij van alles doen, zolang hij maar nooit meer de kwal hoefde te zijn. De krekel is het meest duidelijk in zijn standpunt; ‘Als ik jou was, olifant,’ zie de krekel, ‘dan zou ik mij willen zijn en als jij mij was zou jij mij willen blijven, dat weet ik zeker.’
Kortom, alle dieren hebben zo hun eigen kijk op de vreemde gedragingen van de olifant. En uiteraard beredeneerd geen van hen uit het wezen van de olifant, maar allen beredeneren ze vanuit hun eigen wezen, hun eigen standpunten, hun eigen overtuigingen. En als olifant kun je daar niet erg veel mee. Als mens wel. Tellegen heeft namelijk al deze dieren hun eigen stem gegeven, hun eigen kijk op het leven. Elke invalshoek is weer nieuw en verfrissend. Sommige dieren komen met grappige ideeën. Andere zijn eigenlijk een beetje droevig, zo kun je als lezer niets anders doen dan medelijden hebben met de zwaarmoedige tor.